Woordenlijst |
|
aanmaakpartij |
een partij papier dat rechtstreeks vanuit de fabriek wordt geleverd volgens de specificaties van de koper |
| absorptie |
de mate waarin een papier of karton een vloeistof opneemt en vasthoudt |
| asgehalte |
vaste stof die overblijft na verbranding van papier; is een maatstaf voor de hoeveelheid vulstoffen in het papier |
| biologische bestendigheid |
natuurlijke weerstand tegen schimmels |
| bleken |
het in één of meer opeenvolgende stappen verwijderen van kleurstoffen uit de pulp om de helderheid van het papier te vergroten; werd vroeger vooral met chloor (verbindingen) gedaan, tegenwoordig gebruikt men vanwege milieuaspecten vooral waterstofperoxide en ozon |
| breedlopend |
de vezels in het papier liggen voornamelijk evenwijdig aan de korte zijde van het vel |
| chemische pulp |
pulp waarin de vezels zijn losgemaakt door de houtsnippers te koken met chemicaliën die het bindmiddel lignine oplossen |
| chemisch thermische mechanische pulp (CTMP) |
pulp dat wordt vervaardigd door de verwerking van chemische geïmpregneerde, voorverwarmde houtsnippers |
| chinaclay |
minerale stof die tijdens de papierproductie als vulstof en/of pigment wordt gebruikt |
|
chloorvrij |
aanduiding voor papier dat gemaakt is met chloorvrij gebleekte pulp; feitelijk een onjuiste term omdat alle papiersoorten wel sporen van de chloorverbindingen bevatten die van nature in hout aanwezig zijn |
| coaten |
aanbrengen van een laag witte pigmenten en bindmiddelen op het papier, ter verbetering van bedrukbaarheid en/of helderheid; zie ook strijklaag |
| doorlaatbaarheid |
de mate waarin papier, gassen, dampen of vloeistoffen door kan laten |
| ECF |
Elementary Chlorine Free pulp: pulp gebleekt zonder chloorgas |
| glans |
het percentage licht dat wordt gereflecteerd door het papier van een onder een bepaalde hoek invallende lichtbundel; hoe hoger de reflectie, des te groter de glanswaarde |
| gramgewicht |
de massa van papier of karton gedeeld door de oppervlakte, aangeduid als g/m2 |
| houthoudend papier |
papier gemaakt uit een grondstof waaruit de natuurlijke harsen, pectine en lignine niet zijn verwijderd; deze stoffen zijn oorzaak van snelle veroudering, waardoor het papier snel zal vergelen |
| houtvrij papier |
is wèl van houtvezel gemaakt, maar de grondstof is ontdaan van alle stoffen die veroudering van het papier veroorzaken |
| kalanderen |
handeling waarbij het papier of karton tussen een aantal cilinders wordt doorgevoerd, met als doel de oppervlakte te optimaliseren |
| koetsen |
het nat op elkaar brengen van meerdere lagen papier, zonder hechtmiddel, zodat een dikker papier of karton wordt gevormd |
| lamineren |
handeling waarbij papier of karton wordt voorzien van een kunststoffilm of aluminiumfolie |
| langlopend |
de vezels in het papier liggen voornamelijk evenwijdig aan de lange zijde van het vel |
| lignine |
polymeer dat zorgt voor de onderlinge hechting tussen de vezels in hout |
| looprichting |
de richting waarin de meeste vezels liggen; op de papiermachine altijd in de lengterichting van de papierbaan, in vellen afhankelijk van de wijze waarop ze uit de rol gesneden zijn |
| lijming |
het mengen van een harslijm door de papierstof of het aan de oppervlakte opbrengen van een zetmeellijm; het papier wordt daardoor minder absorberend en is zodoende beter beschrijf- en bedrukbaar |
| mechanische pulp |
pulp die wordt verkregen door houtsnippers te vermalen |
| opaciteit |
de mate van doorschijnendheid van het papier: hoge opaciteit = weinig doorzicht |
| opdikking |
de dikte van papier in relatie tot het gewicht ervan, uitgedrukt in mm per 100 gram; bij eenzelfde gramgewicht kan de ene papiersoort wel twee keer zo dik zijn als een andere |
| pH-waarde |
bepalend voor het zuurgehalte van het papieroppervlak; papier met een neutraal zuurgehalte (pH=7) levert de minste problemen op bij de verwerking |
| relatieve vochtigheid |
de hoeveelheid vocht in de lucht in een bepaalde ruimte in verhouding tot de maximale hoeveelheid vocht die de lucht bij dezelfde temperatuur kan bevatten |
| riem |
pak papier met vellen van gelijk gewicht en formaat; meestal 500 vel, bij zwaardere soorten 250 vel per pak |
| ruwheid |
wordt gemeten als afwijking van een ideaal egaal oppervlak |
| RV |
zie relatieve vochtigheid |
| strijklaag |
laag van krijt en of chinaclay die tijdens de productie op het papier of karton wordt aangebracht waardoor een betere drukkwaliteit mogelijk is; strijklagen zijn mogelijk in verschillende gradaties van mat tot hoogglanzend |
| TCF |
Totally chlorine free pulp: pulp gebleekt zonder chloorgas en/of chloorverbindingen |
| thermomechanische pulp (TMP) |
pulp verkregen door de houtsnippers onder druk voor te stomen vóór het vervezelen |
|
viltzijde |
bovenkant van de papierbaan |
| vulstof |
wit mineraal poeder dat tijdens de papierfabricage wordt toegevoegd om het papier een hogere opaciteit te geven |
| witheid |
ook wel ‘brightness’ genoemd; wordt uitgedrukt in een percentage van absolute witheid (magnesium-oxide = 100%) en hoe hoger de gemeten waarde des te witter is het papier |
| zeefzijde |
onderkant van de papierbaan |
| zuurstofbleking |
bleking met behulp van zuurstof en een basische oplossing, als alternatief voor bleking met behulp van chloor |
Uitgeverij Compres | 3de Binnenvestgracht 23 RS | 2312 NR Leiden | Postbus 55 | 2300 AB Leiden | T (071) 516 15 15 | info@uitgeverijcompres.nl | Colofon